
De gebouwen die Hotel Des Arts vormen dateren van 1733, het was toen het onderdak voor wezen uit het Maagdenhuis. De bouw was in handen van de metselaar Cornelis Knijff, de topgevel ontwerpen en gemaakt door meetser steenhouwer Hendrik Pantel.
Door de eeuwen heen is het een markante locatie, die nu beschermde monumentenstatus heeft als onderdeel van het historisch Amsterdams Unesco werelderfgoed. In de 20e eeuw was het lange tijd in gebruik door antiekhandelaar Abraham Solomon Staal en later zijn zoon Solomon Staal. In de jaren 80 werden de gebouwen gemoderniseerd om er Hotel Des Arts te vestigen. De gebouwen zijn gerenoveerd met aktueel decor en betere voorzieningen, met nadruk op het behouden van historische details. Zulke details zijn bijvoorbeeld te vinden in de in hout gebeeldhouwde doorgang naar de lounge, de haard in de ontbijtkamer, en het geornamenteerde trappenhuis.

De geschiedenis van deze locatie gaat veel verder terug, tot in de middeleeuwen. Documenten uit 1410 geven aan dat hier het lepraziekenhuis van het Sint-Jorisgilde stond, dat destijds buiten de stadsgrenzen lag.
Met de uitbreiding van de stad, waarbij het gebied na 1480 werd opgenomen, werden de leprapatiënten buiten de nieuwe stadsmuren verplaatst. De locatie bleef onder de naam Sint-Jorishof in gebruik om de armen en geestelijk gehandicapten te verzorgen.
In 1624 werd de kapel van het Sint-Jorisgilde, grenzend aan de gebouwen van het huidige Hôtel des Arts, omgebouwd tot het "Kistenmakershuis" voor het Sint-Jozefgilde van timmerlieden.